De infrastructuur achter de telefooncellen

Op deze pagina geven we u graag een woordje uitleg over het beheer- of managementsysteem achter de telefoonceltoestellen. Eerst is een woordje uitleg over het verdere verleden op zijn plaats, om nadien te komen tot de infrastructuur achter de laatste generatie telefoonceltoestellen, Argus gedoopt.

A. Geschiedenis

Tot voor de toestellen van de nieuwste generatie (Proxim/Hybrid/Dialto) was het netwerk van telefooncellen eigenlijk vrij eenvoudig qua opzet. Een gewone, analoge telefoonlijn zoals bij u en mij thuis komt aan in de cel en wordt daar in het toestel geleid. Het toestel zorgt er zelf autonoom voor dat men kan bellen nadat men de nodige betaalmiddelen (munten/kaart) ingevoerd heeft. Het toestel wist wanneer het geld moest incasseren doordat er over de telefoonlijn speciale kostenpulsen werden gestuurd, quasi onhoorbaar vermits op 16 kHz (of vroeger nog op andere frequenties of door andere technieken). Telkens zo'n puls ontvangen werd incasseerde het toestel 1 eenheid (wat dan overeenstemde met bvb 10 BEF). Naarmate een gesprek duurder was, volgden de pulsen zich sneller op. Voor zonale gesprekken volgden de pulsen zich dus zeer langzaam op, voor de interzonale iets sneller, en voor gesprekken naar een GSM of naar een internationaal nummer nog sneller.

Dit systeem van op zich staande toestellen had natuurlijk het voordeel dat het allemaal redelijk eenvoudig was qua opzet en geen speciale infrastructuur vereiste, anderzijds had het een belangrijk aantal nadelen:

Na zovele jaren dienst begonnen ook de onderhoudskosten van de bestaande toestellen te stijgen, was de technologie verouderd en werd het moeilijker om aan wisselstukken te geraken.

B. Argus

Een herziening van de telefoonceltoestellen drong zich dus op (de zgn. change-over, later gekend als de "Nieuwe Publieke Telefoons van Belgacom"), en dit leidde ertoe dat bij de nieuwste generatie van toestellen (Proxim/Hybrid/Dialto) werd overgestapt naar een principe van "domme" terminals en een "slim" centraal systeem. De telefoon die in de cel hangt beslist hierbij zelf niet meer of een oproep mag plaatsvinden, maar deze authorisatie om te bellen wordt verlegd naar het centrale systeem, dat het volledige beheer van de oproep verzorgt.
Gedaan met de mogelijkheid om de lijn af te takken (daar stond nu trouwens 72V op in plaats van de gebruikelijke 48V, en er zat helemaal geen kiestoon meer op), gratis te bellen als de kostenpuls niet doorkwam of op andere wijze te frauderen, op het openbreken van de geldkluis na (wat helaas ook nog wel eens gebeurde...)
Aanpassingen aan de tarieven, programmeren van nieuwe munten en kaarten? Allemaal met een druk op de knop in Brussel gewijzigd en binnen de kortste keren in heel Belgiƫ doorgevoerd.
Betalen met een kaart? Ja, zowel met een Telecard, als met een bankkaart (Proton of Belgacom Calling Card). En daar bovenop ook nog dikwijls met munten. De Protonkaart kon bovendien ook opgeladen worden in een telefooncel.
Tarificatie gebeurt vanaf nu trouwens op basis van geldbedragen per tijdsduur in plaats van vaste eenheden.
Is in cel nr. 30517 de hoorn afgerukt? Het klavier geblokkeerd? Is iemand zijn kaart vergeten, of is er een probleem met de kaartlezer? Reageert het toestel niet meer? Deze en nog een heleboel andere fouten werden in real-time doorgestuurd naar het centrale systeem (en verdwenen ook weer als ze opgeheven waren).
Bovendien biedt dit systeem interactieve en promotionele mogelijkheden. De klant informeren over een actie? Een korting van 10% op de gesprekken aan de kust in de zomermaanden? Je Pay&Go-kaart herladen met Proton? Allemaal geen probleem.

Het nieuwe systeem werd Argus gedoopt, en bestaat uit een aantal infrastructuurlagen in een boomstructuur:

▶▶De centrale computers (en een backupsysteem) in Brussel
Fabrikant
Sun Microsystems, Verenigde Staten (hardware + OS)
Alcatel-Bell, Antwerpen, België (programmatuur)
Algemeen
Het betreft een aantal computers met Solaris-besturingssysteem en Oracle database-software.
Van hieruit kon men het beheer doen van alle andere hiernavolgende lagen: in dienst zetten, uit dienst nemen, besturingssoftware updaten, herstarten, ...
Hier werd ook alle mogelijke configuratie gedaan: toestellen, tarieven, betaalmiddelen, speciale diensten zoals het herladen van Pay&Go via Proton...
Daarnaast werden alle alarmen (fouten) hier verzameld en had men een zicht op alle transacties die gebeurden over heel het land (gesprekken, opladingen van Proton, ...) waarop dan rapportering kon gebeuren.
▶▶Nul, één of meerdere computers in de plaatselijke telefooncentrales (zgn. NEMU's) met hun Security Access Modules (zgn. SAM's)
Foto van NEMU
Fabrikant
Troyan System, Antwerpen, België (hardware)
Alcatel-Bell, Antwerpen, België (programmatuur)
Algemeen
De NEMU (of voluit "Network Element Management Unit") is een industriële PC, eveneens met het Solaris-besturingssysteem, die via een X.25-netwerk communiceert met het centrale systeem, en die als voornaamste taken heeft: het versturen van configuratiebestanden en software-updates van de centrale computer naar de PPAB's (en payphones), het verifiëren van Telecards (aan de hand van blacklists, whitelists, vervaldatum en een speciale verificatiemodule of "Eurochip-SAM", afgekort "E-SAM") en Protonkaarten (aan de hand van een interface met de "Multi-SAM", afgekort "M-SAM", een C-ZAM-toestel van Banksys, later Worldline), het vergaren en eventueel tijdelijk stockeren en doorsturen van logbestanden en alarmen. Op 1 NEMU werden in de praktijk tot zo'n 10 à 15 PPAB's aangesloten, hoewel het technisch voorzien was om er meer aan te kunnen sluiten. In heel grote telefooncentrales in stadscentra, waar veel telefooncellen waren, werd er eerder voor geopteerd om enkele extra NEMU's te plaatsen. Dit allicht uit performantie-oogpunt, maar ook om reden van risicospreiding (als alles op één NEMU aangesloten is, en deze valt uit, is er meer impact dan wanneer er twee NEMU's zouden zijn en de andere blijft verder werken). In dunbevolktere gebieden waar weinig telefooncellen waren, gebeurde het dat er géén NEMU was in de plaatselijke telefooncentrale, maar dat gebruik gemaakt werd van een NEMU in een andere (veelal naburige) centrale.

Op de foto: een NEMU met daarbovenop een M-SAM. De E-SAM is niet zichtbaar aangezien deze ingebouwd is in de NEMU.
▶▶Een of meerdere besturingsmodules in de plaatselijke telefooncentrales (zgn. PPAB's)
Foto van PPAB
Fabrikant
Alcatel-Bell, Antwerpen, België
Algemeen
Het betreft een toestel bestaande uit twee printplaten: een moederbord opgebouwd rond een HC16-microcontroller en een voedingsbord.
De PPAB (of voluit "PayPhone Application Board") is aangesloten op een NEMU in dezelfde plaatselijke telefooncentrale (of in dunbevolkte gebieden op een andere centrale) voor uitwisseling van gegevens, en vormt daarnaast vooral de brug tussen het gewone telefoonnetwerk (PSTN) en de payphones. Op 1 PPAB kunnen maximaal 8 payphones aangesloten worden. Het is de PPAB die, nadat alle nodige verificaties gedaan zijn, het tarief van het gesprek bepaalt en uiteindelijk de oproeper doorverbindt met zijn gesprekspartner. Tijdens een gesprek voert de PPAB regelmatig controles uit op de incassering. Hij verzorgt ook de permanente stroomvoorziening van de payphone. Interessant om vermelden is verder dat de PPAB in geval van tijdelijke onbeschikbaarheid van de NEMU in beperkte dienst kan verder werken.

Op de foto: drie PPAB's.
▶▶Een of meerdere (Mini) Distribution Frames in de plaatselijke telefooncentrales (zgn. MDF's)
Foto van MDF
Fabrikant
Alcatel-Bell, Antwerpen, België
Algemeen
De Mini Distribution Frame is een louter passieve component, zijnde een printplaat met daarop een aantal connectoren. Eén MDF was aangesloten aan één PPAB door middel van een flatcable bovenaan de MDF. Onderaan de MDF vinden we dan twee blokken. Het linkerblok betreft de verbindingen met het telefoonnetwerk (PSTN), het rechterblok betreft de verbindingen met de payphones. Er zijn er 10, maar enkel de 8 bovenste verbindingen op deze blokken werden gebruikt. Wanneer de PPAB een gesprek toestond, verbond hij dus de lijn aan de linkerkant met de lijn aan de rechterkant. De MDF's werden met maximaal 5 naast mekaar gemonteerd op een metalen plaat, dit is de Distribution Frame.

Op de foto: 2 Distribution Frames met in totaal 7 Mini Distribution Frames.
▶▶De telefoontoestellen zelf (zgn. payphones)
Foto van toestel Proxim
Fabrikant
Ascom-Monétel, Frankrijk
Algemeen
Dit is het uiteindelijke toestel waarmee de gebruiker communiceert. Dit toestel wordt volledig geconfigureerd en gecontroleerd door de PPAB, waarmee het continu berichten uitwisselt (zowel in rust, via modemcommunicatie als tijdens een gesprek, via signalisatie over het spraakkanaal). Wanneer een gebruiker de hoorn uithaakt en de kiestoon hoort, moet men weten dat deze eigenlijk "vals" is. Het is pas nadat het laatste cijfer van een telefoonnummer gevormd is en de PPAB de lijn van de payphone verbindt met de telefoonlijn in de centrale dat de payphone echt verandert in een telefoon in de klassieke zin van het woord. De payphone staat verder in voor de incassering van de kosten van het gesprek. Technisch was het ook mogelijk om naar een payphone te bellen (het nummer verscheen op de display van de opgeroepene en was zo te achterhalen) maar op het niveau van de telefoonlijn was een oproepblokkering ingesteld. In de praktijk kon men dus bij de laatste generatie van toestellen niét naar een telefooncel bellen.